Uitvaarten in coronatijd

Zoals op de vorige pagina beschreven, veranderde onze werkwijze behoorlijk deze periode. Maar vooral voor de nabestaanden zijn de uitvaarten die nu plaatsvinden ingrijpend anders. Het ging heel snel: de ene week mocht je geen handen meer schudden en mochten er maximaal 100 mensen bij de uitvaart aanwezig zijn; een volgende week mochten dat er nog maar 30 zijn en moest iedereen 1,5 meter afstand houden. Hoe maak je dan nog iets moois van het afscheid?

Gelukkig zit de mens zo in elkaar dat beperkingen leiden tot ongekende creativiteit. Want er blijkt nog heel veel wél mogelijk. Zoals bijvoorbeeld:

  • Laat alle buren de vlag halfstok hangen op de dag van vertrek van de uitvaart.
  • Maak een online herdenkpagina aan op onze herdenksite. Iedereen kan daar een virtueel kaarsje opsteken, een foto en herinneringen delen.
  • Plaats foto’s van de mensen die niet aanwezig kunnen zijn bij de uitvaart op de stoelen, zo zijn ze er toch een beetje bij. Of plak de kist vol met die foto’s.
  • Neem een speech of een filmpje op en mail deze aan de familie zodat deze kan worden afgespeeld bij de uitvaart.
  • Noem de namen van mensen die niet bij de uitvaart aanwezig kunnen zijn. Als zij meeluisteren via een livestream levert dat extra betrokkenheid op.

Uitvaarten die anders zijn dan anders, leveren ook andere verhalen op. Een aantal ervan hebben wij al op onze Facebookpagina’s gedeeld en kunt u daar teruglezen. Maar ook onze medewerkers die niet direct in beeld zijn bij een uitvaart, maken andere dingen mee. Hieronder vertelt onze rouwkaartenkoerier Veronique over een gebeurtenis die haar erg raakte.

Het zijn de kleine dingen die het doen

“Ik moest rouwkaarten brengen naar een oudere mevrouw. Haar man was overleden aan het coronavirus. Voor ik aanbelde, had ik de rouwkaarten in een tasje aan de deur gehangen, en daarna had ik een paar passen naar achteren gedaan om voldoende afstand te kunnen bewaren.

Mevrouw deed open en toen ze me zag, kreeg ze tranen in haar ogen: “Ik ben zo blij om even iemand in levenden lijve te zien”, fluisterde ze. Ze vertelde dat ze helemaal alleen was, ze had geen kinderen en haar vrienden en familie durfden niet te komen door het virus. Ze had niemand die bij haar was om haar een beetje te troosten.

Haar man woonde al een tijdje in een verpleeghuis, dus ze was al wel gewend om alleen thuis te zijn, maar door deze situatie voelde ze zich ineens heel eenzaam.

Ze haastte om me te vertellen dat ze wel veel telefoontjes kreeg, dat mensen zeker wel aan haar dachten en dat ze daar dankbaar voor was. Ze wilde duidelijk niet zeuren.

Maar ook mijn ogen werden vochtig omdat ik zag hoe blij ze was dat er iemand voor de deur stond. Ik heb wel 20 minuten met haar staan praten; het maakte me blij dat ik in deze schrijnende situatie even iets voor haar kon betekenen. Dit soort momenten maken mijn werk zo waardevol.”